Veilig omgaan met wachtwoorden

Zowel in je privé- als beroepsleven heb je voor de computersystemen en websites die je gebruikt vaak een wachtwoord nodig. Dat creëert veiligheidsrisico’s. Bovendien zijn al die verschillende wachtwoorden moeilijk te onthouden.

Je wachtwoorden bewaren op een blad of in een document is geen goed idee. Deze tool maakt je wegwijs in o.a. hoe je sterke en veilige wachtwoorden kunt aanmaken, hoe je kunt controleren of je wachtwoord veilig en sterk is, wat een password manager is en hoe je die kunt gebruiken.

Hoe veilig omgaan met wachtwoorden?

Gebruik sterke en veilige wachtwoorden

Velen onder ons gebruiken voor de hand liggende wachtwoorden die je makkelijk kunt onthouden. Je wilt het jezelf immers niet moeilijk willen maken en snel kunnen inloggen. En je wilt niet vaststellen dat je je wachtwoord weer vergeten bent en je voor de zoveelste keer op de befaamde knop ‘wachtwoord vergeten’ moet klikken. Een dergelijke aanpak resulteert echter in slechte wachtwoorden, zoals bijvoorbeeld ‘123456’, ‘paswoord’, ‘azerty’ of de combinatie van je naam en geboortejaar. Ze zijn niet veilig omdat programma’s ze makkelijk kunnen kraken.

De website Safeonweb.be, een initiatief van de Belgische overheid, geeft een reeks handige tips voor de aanmaak van sterke en veilige wachtwoorden.

Wat je zeker WEL moet doen:

  • Combineer hoofdletters, kleine letters, cijfers, symbolen en leestekens

Het gebruik van cijfers, hoofdletters, symbolen en leestekens bemoeilijkt het kraken van je wachtwoord omdat het het aantal mogelijk combinaties sterk verhoogt. Je kunt cijfers, hoofdletters en symbolen overal in je wachtwoord of -zin gebruiken.

  • Gebruik een lang wachtwoord

Gebruik een wachtwoord dat bestaat uit minstens dertien karakters. Vaak is het gemakkelijker om een wachtzin of passphrase te onthouden dan een wachtwoord. Je dient dan wel een zin te kiezen die alleen voor jou betekenis heeft, en die niet alleen bestaande woorden bevat. Een voor de hand liggende zin als bijvoorbeeld ‘iloveyou’ is dus geen goede keuze.

Wat je zeker NIET moet doen:

  • Gebruik geen voorspelbaar wachtwoord.
  • Gebruik geen persoonlijke gegevens, zoals je naam en geboortejaar (bijvoorbeeld ‘JouwNaam1985’).
  • Gebruik geen bekende uitdrukkingen, zoals ‘Pluk de dag’.
  • Gebruik geen teller, zoals 'Plukdedag1', 'Plukdedag2', 'Plukdedag3'...
  • Herhaal geen karakters, zoals bijvoorbeeld ‘aaabbbccc’.
  • Gebruik niet voor elke account hetzelfde wachtwoord.

Hetzelfde wachtwoord voor verschillende accounts gebruiken is onverstandig. Als cybercriminelen je wachtwoord voor één website hebben gekraakt, kunnen ze proberen dat wachtwoord ook op andere websites te gebruiken. Het is daarom aangeraden om voor verschillende toepassingen lange en totaal verschillende wachtwoorden te gebruiken, zeker als het gaat om accounts waar je betalingsgegevens of persoonlijke gegevens ingeeft.

  • Deel geen wachtwoorden.

Het delen van wachtwoorden is onverstandig. Je weet immers nooit wat er gebeurt met je wachtwoord. Als je toch wachtwoorden wil delen, gebruik dan een password manager of wachtwoordkluis (zie verder) om dat op een veilige manier te doen.

  • Bewaar wachtwoorden niet zichtbaar.
  • Bewaar je wachtwoorden niet op een opzichtige manier in de buurt van je computer, dus niet gekleefd op je scherm of je bureau. Wachtwoorden bewaar je best ook niet in een e-mail of in een document op je computer, smartphone of tablet.
  • Gebruik hetzelfde wachtwoord niet jaren na elkaar.

Het is aangeraden om je wachtwoorden regelmatig te wijzigen: jaarlijks voor je privé-accounts, en nog vaker voor je professionele accounts. Wanneer één van je accounts gehackt is, moet je onmiddellijk je wachtwoorden veranderen. Wanneer je je wachtwoord wijzigt, controleer dan steeds eerst of het probleem bij de website is opgelost. Als dat niet het geval is, verander je immers je wachtwoord tevergeefs.

  • Gebruik geen ‘geheime vragen’.

Soms wordt een antwoord op een vraag (bv. ‘hoe heet je huisdier?’) als wachtwoord gebruikt. Probeer dergelijke geheime vragen te vermijden. Het antwoord erop is immers vaak op het internet terug te vinden.

Controleer of je paswoord veilig en sterk is

Wil je weten of je al over een goed wachtwoord beschikt? Op de website How Secure Is My Password kun je testen hoe snel hackers je wachtwoord kunnen kraken. Hoe langer het duurt voor hackers om je wachtwoord te kraken, hoe beter. Om de test te doen vul je op de website je wachtwoord in.

Wij hebben ‘azerty’ als wachtwoord ingevuld. De website laat weten dat dat wachtwoord onmiddellijk gevonden kan worden omdat het bij de 590 meest gebruikte wachtwoorden hoort. Met de rode kleur duidt de tool aan dat het geen goed wachtwoord is.

Wanneer we ‘nastasia’ invullen, laat de website weten dat het in vijf seconden gevonden kan worden, omdat het een woord is. Hij vermeldt bovendien dat andere tekens dan letters het wachtwoord moeilijker kunnen maken. ‘nastasia1’ als wachtwoord ingeven brengt niet veel zoden aan de dijk. Ook dat wachtwoord is te kort en kan op een minuut gevonden worden.

Ook het wachtwoord ‘nastasia1!’ zal relatief snel gevonden worden, al zal dat nu al wel zestien uren kunnen duren.

We kiezen voor een langer wachtwoord, en gaan voor een wachtzin. Dat is een volledige zin in plaats van een korte opeenvolging van letters, cijfers en tekens bij een wachtwoord. Een voordeel van een wachtzin is de lengte. Meestal is een wachtzin ook makkelijker te onthouden. We opteren voor ‘KoffieIsLekker’. De tool geeft aan dat het een computer 837.000 jaar zou kosten om dat wachtwoord te raden.

Als we vervolgens nog cijfers en tekens toevoegen en er ‘K0ff1e1sLekker!’ van maken, zou het zelfs zestien miljard jaar duren vooraleer een computer het wachtwoord raadt. Tekens en cijfers zijn echter niet noodzakelijk. ‘Debrunchwaslekker’ vraagt 118 miljard jaar van een computer om de wachtzin te vinden.

Op de website https://haveibeenpwned.com/ kun je controleren of je al eens slachtoffer geweest ben van een datalek. Indien dat het geval is, verander je best je wachtwoord.

Gebruik verificatie in twee stappen

Een aanvullende manier om veiliger met wachtwoorden om te gaan is het gebruik van verificatie in twee stappen. Daarbij wordt meestal gebruik gebruik gemaakt van iets dat je weet (bv. een wachtwoord) en iets dat je hebt (bv. een gsm) of iets dat je 'bent' (bv. vingerafdruk). Het gebruik van verificatie in twee stappen is eenvoudig.

In de eerste stap log je met je wachtwoord in bij je account (Facebook, Twitter, Google, Microsoft…). In de tweede stap stuurt die account een code naar je gsm die je invult om toegang te krijgen tot je account. Er zijn ook andere manieren voor verificatie in twee stappen zoals bv. via Google Authenticator App of fysieke keys.

Gebruik een password manager of wachtwoordkluis

Als je veel complexe wachtwoorden hebt die je moet onthouden, is het een goed idee om een password manager of wachtwoordkluis te gebruiken. Password managers of wachtwoordmanagers zijn gemaakt om op een veilige manier je accounts en hun bijbehorende wachtwoorden veilig op te slaan in de vorm van een versleutelde databank. De wachtwoordkluis zelf beveilig je met een sterk wachtwoord. Het voordeel daarvan is dat je snel en relatief veilig aan je wachtwoorden kan en dat je in principe maar één wachtwoord moet onthouden. Dat is meteen een belangrijk aandachtspunt. Je versleutelt immers al je wachtwoorden met één wachtwoord. Zorg dus dat je hoofdwachtwoord voldoende lang is en uit hoofdletters, kleine letters, cijfers en leestekens bestaat.

Er zijn verschillende soorten wachtwoordmanagers, die elk hun eigen voor- en nadelen hebben:

  • hardwarematige wachtwoordmanager;
  • softwarematige wachtwoordmanagers;
  • online wachtwoordmanagers.

Hardwarematige wachtwoordmanagers hebben de vorm van een USB-stick, die als fysieke sleutel dient. Het nadeel is dat je die sleutel kan verliezen en dat hij gestolen kan worden. Het voordeel is dat je wachtwoorden offline bijgehouden worden, en ze in principe gevrijwaard blijven van beveiligingsrisico’s die kunnen ontstaan door verbinding met het internet of door andere software.

Softwarematige wachtwoordmanagers worden als een programma geïnstalleerd op je computer. Een programma dat loopt op je computer is mogelijk kwetsbaar doordat andere software je computer kan doen vastlopen, of je databank corrupt of onbeschikbaar kan maken. Een voorbeeld van opensourcewachtwoordmanager is KeePass. Dat die wachtwoordmanager opensource is, impliceert dat zijn broncode kan worden ingekeken. Dat is geen overbodige luxe bij software die al je wachtwoorden beheert. Het laat ontwikkelaars ook toe om de broncode te gebruiken opdat de wachtwoordmanager op diverse besturingssystemen en webbrowsers kan draaien (bv. Linux, Windows, MacOS, Firefox en Chrome).

Online wachtwoordmanagers kun je enkel via je webbrowser bereiken. Ze hebben als voordeel dat je wachtwoorden overal bereikbaar zijn. Het nadeel is wel dat je de controle uit handen geeft, en geen zekerheid hebt over wat er met je data (opgeslagen in je wachtwoordendatabank) gebeurt. LastPass en Dashlane zijn voorbeelden van online wachtwoordmanagers. Ze werken als een cloud service waarbij je inlogt met je hoofdwachtwoord en je wachtwoorden vervolgens via het internet worden doorgestuurd naar je computer, smartphone of tablet. Meestal wordt LastPass gebruikt als een extensie/add-on van je webbrowser, of als mobiele app. Dashlane biedt ook een lokale installatie aan. Het verschil met softwarematige wachtwoordmanagers zit in het feit dat alle functies gratis kunnen gebruikt worden.

In onderstaande handleidingen worden KeePassXC en Tusk besproken.

Auteur: Lode Scheers (meemoo), Nastasia Vanderperren (meemoo) en Rony Vissers (meemoo)

Deel dit artikel:          

TRACKS is een samenwerking tussen deze partners: